In Ontwikkeling

Als docente en studente psychologie, krijg ik af en toe de vraag of er een psychologische verklaring bestaat voor gebeurtenissen die in de klas plaatsvinden. Ik vind het erg leuk wanneer me op dat moment een theorie uit een van mijn colleges te binnen schiet en ik de vraag daadwerkelijk kan beantwoorden. Ik zal deze column wijden aan de inzichten die ik heb opgedaan tijdens het vak Educational Neuroscience. De colleges hebben me onder andere geleerd op welke manier adolescenten (10-22 jarigen) en volwassenen van elkaar verschillen en hoe dat zich uit in docent-leerling interacties.

Het is bekend dat emoties tijdens de adolescentie van het ene naar het andere uiterste gaan, wat zich uit in korte termijn-denken, sterke stemmingswisselingen en gevoeligheid voor groepsdruk. De drie belangrijkste hersenstructuren die hierbij een rol spelen, zijn de amygdala (betrokken is bij emoties), het striatum (die naast emoties ook motivatie en beloning regelt) en de prefrontale cortex (betrokken bij zelfregulering en lange termijn-denken).

Dit laatste hersendeel wordt omschreven als het evolutionair jongste deel van het brein, dat pas tussen ons 20ste en 25ste levensjaar volledig is ontplooid. De prefrontale cortex wordt geassocieerd met onze hoogste sociale, cognitieve en planningsvaardigheden. Omdat dit deel bij adolescenten niet volledig ontwikkeld is, terwijl hun emotionele functies dat wel zijn, zorgt dit voor een disbalans. Ze ervaren sterke emoties die ze niet altijd onder controle kunnen houden en vinden het lastiger om de lange termijn-gevolgen van hun gedrag te overzien.

Naast opmerkingen over impulsiviteit bij jongeren, is er nog een vraag die ik vaak hoor: ‘Hoe komt het dat leerlingen tijdens de les over hun tafel hangen?’
Uiteraard kan hier sprake zijn van een motivatiegebrek, maar misschien is het ook zo dat de leerling gewoon moe is! Uit onderzoek is gebleken dat het slaapritme van pubers (10-15 jarigen) niet samengaat met de gangbare schooltijden. Doordat melatonine bij hen pas later in de avond wordt aangemaakt, vallen ze ook later in slaap. Tegelijkertijd is het zo dat pubers door hun groeispurt minimaal 9 uur slaap nodig hebben, wat doordeweeks moeilijk haalbaar is.

Het bewustzijn van deze hersenontwikkelingen heeft mij erg geholpen om meer begrip te hebben voor bepaalde situaties in de klas. Daarnaast kan ik me voorstellen dat het de jongeren zelf kan helpen om hun eigen grenzen te leren kennen.

GEPUBLICEERD OP 6 NOVEMBER 2019 LEIDSCH DAGBLAD©

Reacties zijn gesloten.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: